Carmen Meijer is Vakinhoudelijk teamondersteuner in Midden-Twente. Regelmatig schrijft ze over haar ervaringen. Zoals over een voormalig cliënt die contact opneemt: 'Toen we destijds afscheid namen zei je me dat ik je altijd kon bellen als ik bij niemand anders terecht kon en ik weet het nu even niet meer, dus belde ik jou.'
Na het weekend zet ik mijn werktelefoon weer aan en zie ik dat je contact met me hebt gezocht. Mijn gedachten gaan even terug naar de tijd waarin ik je ondersteunde bij je herstel. Hoelang is het geleden dat we het hebben afgesloten? Toch zeker een jaar of drie!
Berichtje
Dat je contact met me hebt proberen te zoeken laat me die dag niet los, dus ik besluit je een berichtje te sturen. ‘Hé hoe is het met je?' Al snel zie ik blauwe vinkjes en ben je aan het typen. Het duurt lang, maar een antwoord blijft uit en volgens Whatsapp ben je niet meer online.
Tegen het eind van mijn werkdag, net voordat ik naar huis wil rijden, app je me terug. ‘Sorry dat ik je had gebeld en geappt, Carmen, maar toen we destijds afscheid namen zei je me dat ik je altijd kon bellen als ik bij niemand anders terecht kon en ik weet het nu even niet meer, dus belde ik jou.’ Ik stuur je terug dat het goed is dat je me hebt geappt en vraag je of je even wil bellen.
Aan de telefoon ben je emotioneel. Er is iets gebeurd in je leven en je weet niet hoe je hiermee om moet gaan. Je bent vervallen in je oude manier van met dingen omgaan; pillen, drank en 'm’n kop in het zand' zeg je spottend. Dat je mij hebt gebeld betekent dat je je kop niet in het zand steekt, zeg ik.
Medeburger
Als ik je vraag of ik even bij je langs moet komen, twijfel je. Nou ja, zo erg is het nou ook weer niet. 'Maak je niet druk. Ik kom er wel alleen uit hoor en zo niet dan lees je het wel in de krant hè.' Hulpverlening weer starten voelt als falen, geef je aan. Ik benadruk dat ik er alle vertrouwen in heb dat je het alleen kan, maar dat dat niet hoeft. ‘Technisch gezien ben ik al vrij, dus kom ik niet als ‘de hulpverlening’ maar als medeburger die omziet naar een ander’, grap ik in een poging het voor jou minder belastend te maken.
Even later parkeer ik mijn auto bij je voor de deur. Als je opendoet schrik ik. Je bent duidelijk wat kilo’s afgevallen en de kringen onder je ogen vertellen me dat je niet goed slaapt. Je vertelt me over de situatie die is ontstaan en hoe moeilijk het voor je is om hulp te vragen. Het ventileren en overzicht maken geeft je lucht. Het reflecteren op je eerdere herstel en hoe je toen met de dingen bent met omgegaan, geeft je weer het vertrouwen in jezelf. Als ik wegga bedank je me en vraag je me of je me morgen nog even weer mag bellen.
De volgende dag bel je me en laat je me weten dat je bij de huisarts bent geweest en hulp hebt gevraagd en dat acties zijn uitgezet. Vanavond ga je naar je familie om ze te vertellen dat het niet goed gaat. Daar zie je enorm tegenop, maar je weet ook dat ze er voor je zullen zijn en dat je hun steun nodig hebt. Ik complimenteer je met je aanpak en wens je veel kracht toe.
Bedankt
Een paar maanden later krijg ik weer een appje van je: het gaat een stuk beter met me, ik hoef het inderdaad niet alleen te doen. Bedankt dat je tijd voor me nam!’